hoe selecteer je een zaadje?

Home Plantenveredeling Plantenveredeling Selectie hoe selecteer je een zaadje?

8 berichten aan het bekijken - 1 tot 8 (van in totaal 8)
  • Auteur
    Berichten
  • #1730
    Monty
    Bijdrager
    685 Reputatie punten

    Als ik deze post nog mag bewerken zal ik hier eens iets schrijven, is wel oeroude kennis 1700 die altijd verlogend werd,… nu ben ik niet meer in staat om dat op papier te zetten. zaden selecteren welke truckt tips testen en downs. :mail: :unsure: ee stukje kansberekening of statistieken kan er ook nog wel bij,..  dit is puur en reminder aan me zelf. :scratch:

    • Dit onderwerp is gewijzigd 8 maanden geleden door Monty.
    1+
    #1780
    Monty
    Bijdrager
    685 Reputatie punten

    High again,

    Als men tien dure zaadjes gekocht heeft dan gebruikt men doorgaans alle tien de zaden zonder er verder naar te kijken. Ben je echter in de gelukkige omstandigheid dat je kan beschikken over een heleboel zaden (eigen zaadrun) dan is eens goed naar de zaden kijken zeker de moeite waard! De cellen van planten zijn namelijk totipotent, ze kunnen weer ‘geherprogrammeerd’ worden. Ook cellen in een zaadje zijn totipotent. Planten zijn dus zeer ontwikkelings-flexibel. Zowel erfelijke als omgevingsfactoren spelen een rol bij de ontwikkeling van planten en de “keuzes” die ze hierbij maken. Cannabis staat bekend om zijn vermogen om zich aan te kunnen passing aan lokale, veranderende omstandigheden. Dit begint reeds in het zaadje!

    Starten met goed ontwikkelde, rijpe zaden is dus van groot belang. Niet goed ontwikkelde embryo’s zullen altijd slechtere planten geven dan volledig ontwikkelde embryo’s. Vaak is dit al te zien aan de buitenkant van een zaadje. Erg lichte (van kleur) zaden zijn doorgaans niet goed genoeg afgerijpt en gaan hier meteen naar de kippen. Een goed afgerijpt zaadje is veel donkerder van kleur en vertoont heel vaak ook een tijgervelletjes patroon. Om de zaadhoes heen zit een soort van waslaagje wat tijdens de groei van het zaadje voorkomt dat er vocht het zaadje binnen treed. Maar voor te kunnen ontkiemen moet er juist vocht het zaadje in en dat kan maar op 1 plekje. Daar waar het zaadje vroeger aan de plant vast zat zie je een klein kratertje in het zaadje. Juist daar kan vocht het zaadje in. Als tweede bekijk ik dus hoed dat kratertje er uit ziet. Als dit mooi rond gevormd is dan mag het door de selectie heen. Is dit erg klein en of misvormd, hup naar de kippen.

    Verder is het zinvol om eens te kijken naar de vorm van het zaadje. Mooi ronde zaden geven veel vaker vrouwen dan zaden die meer ovaal zijn of zaden met een dikke lip (asymmetrisch)   Ik laat mijn zaden voor selectie van een schuin vlak rollen. die mooie ronde zullen makkelijk en gelijkmatig rollen, de minder ronde en diklippen zullen blijven steken of stuiterend omlaag rollen ook deze gaan naar de kippen. Een mooi rond afgerijpt zaadje kan veel meer druk hebben dan een plat misvormd zaadje. Ik doe dan als derde selectie methode de duimtest. Je drukt met je volle gewicht met je duim op het zaadje wat op een hart oppervlak ligt. Druk je het kapot tja jammer dan maar dit zaadjes was toch nooit uitgegroeid tot een goede plant. Kan je er met je volle gewicht op drukken dan is de kans groot dat dit een prima ontwikkeld zaadje is. Plantjes met een prima start in perfecte omstandigheden zullen niet gauw kiezen om om te gaan programeren. Je zaden selecteren is daar het begin van.

    Onder zeker nog niet rijp, boven zie je al een begin van het tijgervelletje.

    Wat gebeurt er nu eigenlijk allemaal tijdens het kiemproces van een cannabiszaadje?

    Om überhaupt te kunnen ontkiemen moeten er eerst een drietal voorwaarden zijn te weten; voldoende vocht, warmte en zuurstof. Hierbij gaan we ervan uit dat het zaad goed rijp is en de warmte en koude stratificatie reeds achter de rug heeft. Het zaad bestaat voor het grootste deel uit de twee lobblaadjes met daarin het reservevoedsel. Daarnaast zit er nog veel reserve voedsel in het endosperm. Het reservevoedsel bestaat vooral uit eiwitten, vetten en koolhydraten, onder andere zetmeel. Tijdens de kieming wordt het reservevoedsel uit de zaadlobben en het endosperm verbruikt en het zetmeel omgezet in glucose.

    Wanneer aan deze 3 randvoorwaarden wordt voldaan kan het zaadje gaan ontkiemen. De eerste stap in het hele proces is het opnemen van het vocht. Het zaadje begint water te absorberen door wat men met een moeilijk woord imbibitie noemt. Door het vocht zwelt de zaadhoes op en het tot nu toe in kiemrust zijnde embryo word langzaam wakker. Door de vochtopname hydrateren bepaalde enzymen die hierdoor actief worden. Het zaad verhoogt zijn stofwisseling om energie te vrij te maken voor het kiemproces. Daarnaast zorgt het vocht ervoor dat de turgor in de cellen wordt verhoogt en deze gaan strekken. De lobblaadjes en de groeiende wortelpunt drukken de zaadhoes open waardoor de wortel naar buiten kan groeien. Onder invloed van de zwaartekracht zoekt deze een weg naar onder. Daarnaast begint het hypocotyl te groeien en te strekken (het stukje stengel van wortel tot aan de lobbladeren). Het drukt hierdoor de zaadhoes met de daarin verpakte en beschermde lobbladeren naar boven. Hierdoor blijven de lobbladen goed beschermd tijdens de reis naar boven. Het onder invloed van de zwaartekracht naar boven groeien van de hypocodyl noemt met ook wel gravitropisme, het omlaag groeien van de wortel noemt men dan weer tegengestelde gravitropisme. wat een moeilijke woorden he.

    Zodra het hypocotyl in het licht komt gaan de cellen aan de schaduwkant meer strekken omdat zich hier nu meer auxine bevind. (auxine word door licht sneller afgebroken). De bocht strekt zich langzaam uit het hypocotyl waarbij het de zaadhoes en de lobbladen omhoog uit de aarde trekt. Door de wrijving en de toenemende druk van de groeiende en strekkende cellen van de lobbladeren scheurt de zaadhoes open. De lobbladen spreiden zich open en de bocht groei volledig uit het hypocotyl waardoor de lobbladen mooi in het licht komen. Hierdoor komen ook de twee minuscule eerste ware blaadjes die als het waren waren voorverpakt tussen de lobbladen te voorschijn en beginnen te groeien.

    Vanaf het moment dat het hypocotyl boven de grond komt maakt het kiempje hier bladgroen aan. Het doet dus meteen mee aan de fotosynthese! De lobbladen kleuren ook snel van witgeel naar groen door de aanmaak van bladgroen onder invloed van licht. Vanaf dat moment is de kiem niet enkel afhankelijk van het reservevoedselpakketje in de lobbladeren maar maakt het zolang er licht is al energie om het eerste ware blad en het wortelstelsel uit te laten groeien. Het eerste ware 1 vingerig blad groei uit en de fotosynthese wordt de primaire energiebron, de groei gaat nu al een stuk sneller.

    Vandaar dat het ook verstandig is om in het licht te ontkiemen.
    Kiempjes die in het donker boven komen missen de extra energie van de prille fotosynthese van hypocotyl en lobbladen. Het hypocotyl blijft groeien en strekken omdat het geen licht waarneemt. dit leid dus tot met een duur woord; ”etiolering” bleke langgerekte plantjes.
    Dit kost waardevolle reserve energie uit de lobbladen wat beter voor de groei van de wortel gebruikt kan worden en het geeft dus lange sprietige slappe bleke plantjes. Licht tijdens de eerste minuten en uren boven de grond na ontkiemen is dus zeer beïnvloedend voor het verdere verloop en de bouw van je plantje.

    Hormonen
    Planten kennen net zoals de mens en het dier ook hormonen of groeiregulatoren, die betrokken zijn bij groei en andere processen. Bij kieming spelen een paar hormonen een rol. Gibberellinezuur is daar één van, en is noodzakelijk voor het zaad om kieming te voltooien. Het hormoon bereikt dit door zowel het embryo te stimuleren tot groei als door mechanische verweking van de lagen die het embryo omhullen. Abscisinezuur is de antagonist van gibberellinezuur: het remt kieming via remming van dezelfde processen die door gibberellinezuur gestimuleerd worden. Beide hormonen worden door het zaad zelf geproduceerd. Dormante zaden produceren veel abscisinezuur, in tegenstelling tot zaden die niet dormant zijn.

    Ik zal later meer vertellen over planthormonen of beter gezegd plant stuurstoffen.

     

    Grtz.

     

    2+
    #1819
    Freddy Wortels
    Bijdrager
    330 Reputatie punten

    Mooi geschreven hoor @monty interessant B-)

    Champions keep PLAYING,
    Until they get it RIGHT.

    0
    #1834
    Monty
    Bijdrager
    685 Reputatie punten

    2+
    #1955
    De Warmoezenier
    Sleutelbeheerder
    441 Reputatie punten

    Heb het weer met plezier gelezen :good:

    Admin GrowSolutions.nl

    0
    #2739
    Ceebee
    Bijdrager
    70 Reputatie punten

    bedankt voor deze info, super interessant!

    0
    #2740
    Monty
    Bijdrager
    685 Reputatie punten

    High again,

    Alle dan iets meer over zaadjes.

    De Zaden zijn je basis van je teelt. In de natuur gaat de zaadverspreiding, kiemrust en zaad ontwikkeling allemaal vanzelf en lijkt het de gewoonste zaak, beheerst door de seizoenen en de individuele microklimaten. Als tuinder is het scenario echter niet altijd zo eenvoudig.

    Gecultiveerd zaden komen in papieren zakjes, kokertjes doordrukstips enz, de herkomst en de behandeling van deze zaden (opslag oogstijd enz. blijft vaak onbekend. Een beetje inzicht in zaad fysiologie en morfologie en wat een zaadje nu eigenlijk is en doet is dus wel handig en kan doorslaggevend zijn voor het verdere verloop van de kweek. Om dit een beetje te begrijpen moet je kijken wat moedertje natuur doet om voor nageslacht te zorgen na de winter.

    Mechanismen zaad

    Veel van de mechanismen achter het zaaien van cannabis zaden worden vaak als vanzelfsprekend beschouwd door de kweker, zaden zijn zaden. Ik denk echter dat er veel verschillen kunnen zijn tussen de zaden van verschillende strains en breeders. Om een strain goed te kunnen kweken moet je deze eerst goed leren kennen en dat begint bij de zaden. De individuele zaad-lijnen, en in sommige gevallen individuele zaadjes, hebben allemaal een iets andere methoden van behandeling nodig om optimaal te kunnen kiemen en uit te kunnen groeien tot een volwaardige plant. Zaden zijn uniek, elk zaadje, hoe nauw verbonden ze ook aan hun broers en zussen zijn, ze worden allemaal een uniek individu. Laten we niet vergeten dat uit zaad, zaailingen groeien tot volwassen planten die allemaal iets verschillen van elkaar en dat begint dus reeds bij het zaadje. De kunst is het nu om de beste methode en omstandigheden vinden voor je strain om zo een optimale start te hebben. Tijdens de vroegste stadia van ontwikkeling en ontkieming kunnen zelfs de kleinste verandering in het microklimaat invloed uitoefenen op de fysiologie van een zaden en hun potentieel. Onder kunstmatige omstandigheden kunnen individuele zaad hun stofwisseling veranderen in overeenstemming met hun klimatologische omgeving (de manier waarop ze worden bewaard ontkiemd en gezaaid).

    Zaad verspreiding

    Als een eenjarige plant maakt cannabis op het einde van het seizoen zaden om zo voor nageslacht voor het volgende seizoen te zorgen. De nachten worden langer en de bestoven vrouwelijke bloemen rijpen hun zaden af en sterven. Op dit punt begint de kiemrust! De gezwollen calixen scheuren open en de vrijgekomen zaden vallen op de grond om te overwinteren. Zouden ze meteen ontkiemen dan zou het niet goed aflopen tijdens de wintermaanden. Een aantal zaden zullen diep verborgen in de afstervende bloemen zelf blijven zitten en overwinteren waar de moeder gestorven is. Het aantal zaden per plant is vaak afhankelijk van de strain en het klimaat waarin ze groeien. Bijvoorbeeld, laagland soorten hebben vaak meer zaden per plant dan het planten in het gebergte. In de winter en lente zorgt het ontdooiende ijs en sneeuw ervoor dat de zaden over grote afstanden verspreid kunnen worden terwijl onder equatoriaal klimaat, moessonregens dit ondersteunt. Die zaden die niet worden verstoord door beest, vogel of mens keren terug naar de aarde waaruit hun oorsprong begon. In de natuur spelen dieren een belangrijke rol bij de verspreiding van zaden op verschillende manieren. Ten eerste verspreiden ze zaden via de spijsvertering naar verschillende locaties. Hele zaden worden doorgegeven aan de stinkende hoop van guano of mest. Dit geeft zaden een mooi huis om te overwinteren. Op deze manier kunnen zaden makkelijk bergop of over de rivier reizen. Dit alles gebeurt tijdens de kiemrust.
    Ten tweede, grote planteneters woelen de grond om van de planten waarop ze grazen. Hierdoor ontstaat een perfect ‘bewerkte’ omgeving, waarop nieuwe zaad kunnen concurreren met andere onkruidsoorten. Ten derde, kan zaad letterlijk vleugels krijgen als het word gegeten door vogels en kan honderden, zo niet duizenden kilometers reizen.

    In de natuur spelen vele omgevingsfactoren een belangrijkste rol in de zaadverspreiding. De toestand van de bodem waarop het zaad valt bepaalt al meteen een hele boel. Het bepaald mede de mate van verspreiding van de zaden en dit stimuleert de natuurlijke selectie weer. Zaden die afstammen van een hoger gelegen gebeid zullen mee uitgespoeld worden met de grond naar lagere gelegen grond. Een deel van de zaden drijven, terwijl anderen de neiging hebben om te zinken (ooit afgevraagd waarom dit was?). Zaden die gemakkelijk drijven zullen verder worden uitgespoeld dan zaden die zinken dit bevordert de verspreidingsdiversiteit. Ook sterke winden helpen bij de zaadverspreiding doordat ze letterlijk het zaad uit de toppen blazen en over de bodem kunnen doen rollen. Overstromingen, stormen, aardverschuivingen, aardbevingen, de ontbossing, perioden van droogte of stedelijke ontwikkeling kunnen alle bijdragen aan het proces van zaadverspreiding. Er zijn letterlijk duizenden zo niet miljoenen van de betrokken variabelen.

    Kiemrust is een natuurlijk voorkomende ‘survival factor’. Onder ‘natuurlijke omstandigheden’ is kiemrust heel normaal en noodzakelijk om te overwinteren. Dormantie wil zeggen, dat wanneer onder rusttoestand (zelfs wanneer perfecte ontkieming voorwaarden bestaan), het zaad niet zal ontkiemen!
    Gecultiveerde planten hebben doorgaans een wat minder sterk aanwezige dormantie. De ‘survival factor’ is er letterlijk uit gefokt om tot een ​​homogeen gewas en oogst te garanderen. Stabilisering van een strain is niks anders dan genetische verarming en het remmen van de natuurlijke selectie!

    Stratificatie
    Sommige zaden hebben een stratificatie nodig alvorens ze kunnen kiemen.
    Mechanische stratificatie Door stratificatie wordt de zaadhuid beschadigd, waarna het zaad water kan opnemen. De beschadigingen kunnen niet alleen mechanisch ontstaan, maar ook via passering van het maagdarmkanaal van dieren, zoals vogels.De zaadhuid kan ook beschadigd worden door behandeling met schuurpapier of aanvijlen.

    Er zijn drie verschillende soorten kiemrust – Exogene rusttoestand (extern), Endogene rusttoestand (intern), en gecombineerde rusttoestand (externe en intern):

    Exogene dormantie (van buiten af) wordt beheerst door de externe bedekking van het zaad zelf (de zaadhuid). Bij cannabis is de zaadhoes relatief dik. Het zaad wordt maar langzaam doorlaatbaar voor water via het kratertje aan de onderzijde van het zaad (cutaway) De rest is voorzien van een waslaagje wat vocht weert. Het waslaagje vertoont narmate het ouder word scheurtjes waardoor de zaadhous ook steeds meer vocht naar binnen laat. Deze mechanische weerstand bevordert de dormantie periode. Als je zaad met je blote vingers hanteert dan kan het zweed van je handen het waslaagje oplossen¿ gebruik dus een pincet.

    zaadje.jpgEndogene dormantie (van binnen uit) heeft betrekking op de interne ontwikkeling van het zaad embryo . De interne zaad ontwikkeling wordt geholpen door ‘warmte stratificatie’. Fysiologische endogene dormantie is de meest voorkomende vorm van rust in de natuur. Een remmer (eiwit) in het embryo en een onvolledige keten van chemische reacties zorgt voor de kiemrust. De dormantie kan worden doorbroken door “na rijping” (drogen van de zaden) een periode van ‘koude stratificatie’ toe te passen. (in de ijskast leggen voor een aantal maanden)

    Gecombineerde dormantie is als beide bovengenoemde een rol spelen. Bij cannabis is dit zeker het geval. Exogene dormantie (een zaadhuid), gekoppeld aan endogeen weerstand (embryo-ontwikkeling), samen met fysiologische dormantie (bepaalde eiwitten), allemaal binnen de zelfde zaad structuur. Onderontwikkelde embryo’s moeten eerst uitgroeien tot volwassen embryo’s tijdens een periode van ‘warmte stratificatie’ voordat een periode van ‘koude stratificatie’ effectief kan zijn. de beste manier om de niveaus van dormantie te testen is het spelen met je zaden. Probeer onder verschillende omstandigheden en met verschilende technieken de manier die jou en je strain het beste liggen uit te vinden.

    Het zal me altijd blijven verbazen hoe uit zoon inimienie zaadje een volledige plant te voorschijn komt en hoe snel cannabis dit allemaal kan. De kieming en de levensvatbaarheid van het zaad wordt vooral beheerst door patronen van kiemrust. Pas als de natuurlijke cyclus van embryo-ontwikkeling is afgerond zal de kieming van het zaad met succes beginnen! Verse cannabis zaden zijn meestal veel minder rendabel dan die die zijn onderworpen aan droge omstandigheden (warm stratificatie), gevolgd door koele omstandigheden (koude stratificatie) vóór de inzaai. een beetje experimenteren hiermee kan in mijn ogen nooit kwaad.zaadje ontkiemd.jpg

    Dit is niet mijn eerste kiemexperimentje ik deed al eens proefjes om te onderzoeken welke kant je het nu het beste boven doet en welke onder bij een zaadje. Hieruit bleek dat je ze het best met de spitse punt naar boven poot. Dus als ze zijn voorgekiemd met het wortelpuntje naar boven zodat deze een 180 graden bocht moet maken om weer naar onder te gaan. Deze bocht strekt er zich weer uit als de kiem bobem komt door dit rechttrekken van deze bocht ontstaat er veel wrijving van de zaadhoes met de grond en gooit de kiem de zaadhoes makkelijker af en blijft deze in de grond achter. Zaden die je andersom poot worden vaker “met de helm op” geboren.

     

    Wat gebeurt er nu eigenlijk allemaal tijdens het kiemproces van een cannabiszaadje?

    Om überhaupt te kunnen ontkiemen moeten er eerst een drietal voorwaarden zijn te weten; voldoende vocht, warmte en zuurstof. Hierbij gaan we ervan uit dat het zaad goed rijp is en de warmte en koude stratificatie reeds achter de rug heeft. Het zaad bestaat voor het grootste deel uit de twee lobblaadjes met daarin het reservevoedsel. Daarnaast zit er nog veel reserve voedsel in het endosperm. Het reservevoedsel bestaat vooral uit eiwitten, vetten en koolhydraten onder andere zetmeel. Tijdens de kieming wordt het reservevoedsel uit de zaadlobben en het endosperm verbruikt en het zetmeel omgezet in glucose.

    Wanneer aan deze 3 randvoorwaarden wordt voldaan kan het zaadje gaan ontkiemen. De eerste stap in het hele proces is het opnemen van het vocht door de zaadhoes. Het zaadje begint water te absorberen door wat men met een moeilijk woord imbibitie noemt. Door het vocht zwelt de zaadhoes op en het tot nu toe in kiemrust zijnde embryo word langzaam wakker. Door de vochtopname hydrateren bepaalde enzymen die hierdoor actief te worden. Het zaad verhoogt zijn stofwisseling om energie te vrij te maken voor het kiemproces. Daarnaast zorgt het vocht ervoor dat de turgor in de cellen wordt verhoogt en deze gaan strekken. De lobblaadjes en de groeiende wortelpunt drukken de zaadhoes open waardoor de wortel naar buiten kan groeien. Onder invloed van de zwaartekracht zoekt deze een weg naar onder. Daarnaast begint het hypocotyl te groeien en te strekken (het stukje stengel van wortel tot aan de lobbladeren). Het drukt hierdoor de zaadhoes met de daarin verpakte en beschermde lobbladeren naar boven. Het hypocotyl maakt daarbij door de wrijving een 180 graden bocht. Hierdoor blijven de lobbladen goed beschermd tijdens de reis naar boven. Het onder invloed van de zwaartekracht naar boven groeien van de hypocodyl noemt met ook wel gravitropisme, het omlaag groeien van de wortel noemt men dan weer tegengestelde gravitropisme. wat een moeilijke woorden he.

    Zodra het hypocotyl in het licht komt gaan de cellen aan de schaduwkant meer strekken omdat zich hier nu meer auxine bevind. (auxine word door licht sneller afgebroken). De bocht strekt zich langzaam uit hypocotyl waarbij het de zaadhoes en de lobbladen omhoog uit de aarde trekt. Door de wrijving en de toenemende druk van de groeiende en strekkende cellen van de lobbladeren scheurt de zaadhoes open. De lobbladen spreiden zich open en de bocht groei volledig uit het hypocotyl waardoor de lobbladen mooi in het licht komen. Hierdoor komen ook de twee minuscule eerste ware blaadjes die als het waren waren voorverpakt tussen de lobbladen te voorschijn en beginnen te groeien e te strekken.

    Vanaf het moment dat het hypocotyl boven de grond komt maakt het kiempje hier bladgroen aan. Het doet dus meteen mee aan de fotosynthese! De lobbladen kleuren ook snel van witgeel naar groen door de aanmaak van bladgroen (chlorofyl) onder invloed van licht. Vanaf dat moment is de kiem niet enkel afhankelijk van het reservevoedselpakketje in de lobbladeren maar maakt het zolang er licht is al energie om het eerste ware blad en het wortelstelsel uit te laten groeien. Het eerste ware 1 vingerig blad groei uit en de fotosynthese wordt de primaire energiebron, de groei gaat nu al een stuk sneller.

    Vandaar dat het ook verstandig is om in het licht te ontkiemen.
    Kiempjes die in het donker boven komen missen de extra energie van de prille fotosynthese van hypocotyl en lobbladen. Het hypocotyl blijft groeien en strekken omdat het geen licht waarneemt. dit leid dus tot met een duur woord;” etiolering” bleke langgerekte plantjes.
    Dit kost waardevolle reserve energie uit de lobbladen wat beter voor de groei van de wortel gebruikt kan worden en het geeft dus lange sprietige slappe bleke plantjes. Licht tijdens de eerste minuten en uren boven de grond na ontkiemen is dus zeer beïnvloedend voor het verdere verloop en de bouw van je plantje.

    Hormonen
    Planten kennen net zoals de mens en het dier ook hormonen of groeiregulatoren, die betrokken zijn bij groei en andere processen. Bij kieming spelen een paar hormonen een rol. Gibberellinezuur is daar één van, en is noodzakelijk voor het zaad om kieming te voltooien. Het hormoon bereikt dit door zowel het embryo te stimuleren tot groei als door mechanische verweking van de lagen die het embryo omhullen. Abscisinezuur is de antagonist van gibberellinezuur: het remt kieming via remming van dezelfde processen die door gibberellinezuur gestimuleerd worden. Beide hormonen worden door het zaad zelf geproduceerd. Dormante zaden produceren veel abscisinezuur, in tegenstelling tot zaden die niet dormant zijn.

    Plantenhormonen spelen vaak een rol in meerdere stadia van de levenscyclus van de plant. Zo ook abscisinezuur, dat tevens betrokken is bij de ontwikkeling van zaden aan de moederplant. Tijdens deze fase is abscisinezuur verantwoordelijk voor de fatsoenlijke ontwikkeling tot een krachtig zaad. Tegelijkertijd wordt kieming geremd. Abscisinezuur slaat daarmee twee vliegen in een klap. :mail:

    • Deze reactie is gewijzigd 4 maanden, 2 weken geleden door Monty.
    1+
    #2749
    Test@
    Moderator
    368 Reputatie punten

    Super interessante info weer @monty !! :applaus :pileup

    0
8 berichten aan het bekijken - 1 tot 8 (van in totaal 8)

Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.