Reageer op: hoe selecteer je een zaadje?

Home Plantenveredeling Plantenveredeling Selectie hoe selecteer je een zaadje? Reageer op: hoe selecteer je een zaadje?

#1780
Monty
Bijdrager
695 Reputatie punten

High again,

Als men tien dure zaadjes gekocht heeft dan gebruikt men doorgaans alle tien de zaden zonder er verder naar te kijken. Ben je echter in de gelukkige omstandigheid dat je kan beschikken over een heleboel zaden (eigen zaadrun) dan is eens goed naar de zaden kijken zeker de moeite waard! De cellen van planten zijn namelijk totipotent, ze kunnen weer ‘geherprogrammeerd’ worden. Ook cellen in een zaadje zijn totipotent. Planten zijn dus zeer ontwikkelings-flexibel. Zowel erfelijke als omgevingsfactoren spelen een rol bij de ontwikkeling van planten en de “keuzes” die ze hierbij maken. Cannabis staat bekend om zijn vermogen om zich aan te kunnen passing aan lokale, veranderende omstandigheden. Dit begint reeds in het zaadje!

Starten met goed ontwikkelde, rijpe zaden is dus van groot belang. Niet goed ontwikkelde embryo’s zullen altijd slechtere planten geven dan volledig ontwikkelde embryo’s. Vaak is dit al te zien aan de buitenkant van een zaadje. Erg lichte (van kleur) zaden zijn doorgaans niet goed genoeg afgerijpt en gaan hier meteen naar de kippen. Een goed afgerijpt zaadje is veel donkerder van kleur en vertoont heel vaak ook een tijgervelletjes patroon. Om de zaadhoes heen zit een soort van waslaagje wat tijdens de groei van het zaadje voorkomt dat er vocht het zaadje binnen treed. Maar voor te kunnen ontkiemen moet er juist vocht het zaadje in en dat kan maar op 1 plekje. Daar waar het zaadje vroeger aan de plant vast zat zie je een klein kratertje in het zaadje. Juist daar kan vocht het zaadje in. Als tweede bekijk ik dus hoed dat kratertje er uit ziet. Als dit mooi rond gevormd is dan mag het door de selectie heen. Is dit erg klein en of misvormd, hup naar de kippen.

Verder is het zinvol om eens te kijken naar de vorm van het zaadje. Mooi ronde zaden geven veel vaker vrouwen dan zaden die meer ovaal zijn of zaden met een dikke lip (asymmetrisch)   Ik laat mijn zaden voor selectie van een schuin vlak rollen. die mooie ronde zullen makkelijk en gelijkmatig rollen, de minder ronde en diklippen zullen blijven steken of stuiterend omlaag rollen ook deze gaan naar de kippen. Een mooi rond afgerijpt zaadje kan veel meer druk hebben dan een plat misvormd zaadje. Ik doe dan als derde selectie methode de duimtest. Je drukt met je volle gewicht met je duim op het zaadje wat op een hart oppervlak ligt. Druk je het kapot tja jammer dan maar dit zaadjes was toch nooit uitgegroeid tot een goede plant. Kan je er met je volle gewicht op drukken dan is de kans groot dat dit een prima ontwikkeld zaadje is. Plantjes met een prima start in perfecte omstandigheden zullen niet gauw kiezen om om te gaan programeren. Je zaden selecteren is daar het begin van.

Onder zeker nog niet rijp, boven zie je al een begin van het tijgervelletje.

Wat gebeurt er nu eigenlijk allemaal tijdens het kiemproces van een cannabiszaadje?

Om überhaupt te kunnen ontkiemen moeten er eerst een drietal voorwaarden zijn te weten; voldoende vocht, warmte en zuurstof. Hierbij gaan we ervan uit dat het zaad goed rijp is en de warmte en koude stratificatie reeds achter de rug heeft. Het zaad bestaat voor het grootste deel uit de twee lobblaadjes met daarin het reservevoedsel. Daarnaast zit er nog veel reserve voedsel in het endosperm. Het reservevoedsel bestaat vooral uit eiwitten, vetten en koolhydraten, onder andere zetmeel. Tijdens de kieming wordt het reservevoedsel uit de zaadlobben en het endosperm verbruikt en het zetmeel omgezet in glucose.

Wanneer aan deze 3 randvoorwaarden wordt voldaan kan het zaadje gaan ontkiemen. De eerste stap in het hele proces is het opnemen van het vocht. Het zaadje begint water te absorberen door wat men met een moeilijk woord imbibitie noemt. Door het vocht zwelt de zaadhoes op en het tot nu toe in kiemrust zijnde embryo word langzaam wakker. Door de vochtopname hydrateren bepaalde enzymen die hierdoor actief worden. Het zaad verhoogt zijn stofwisseling om energie te vrij te maken voor het kiemproces. Daarnaast zorgt het vocht ervoor dat de turgor in de cellen wordt verhoogt en deze gaan strekken. De lobblaadjes en de groeiende wortelpunt drukken de zaadhoes open waardoor de wortel naar buiten kan groeien. Onder invloed van de zwaartekracht zoekt deze een weg naar onder. Daarnaast begint het hypocotyl te groeien en te strekken (het stukje stengel van wortel tot aan de lobbladeren). Het drukt hierdoor de zaadhoes met de daarin verpakte en beschermde lobbladeren naar boven. Hierdoor blijven de lobbladen goed beschermd tijdens de reis naar boven. Het onder invloed van de zwaartekracht naar boven groeien van de hypocodyl noemt met ook wel gravitropisme, het omlaag groeien van de wortel noemt men dan weer tegengestelde gravitropisme. wat een moeilijke woorden he.

Zodra het hypocotyl in het licht komt gaan de cellen aan de schaduwkant meer strekken omdat zich hier nu meer auxine bevind. (auxine word door licht sneller afgebroken). De bocht strekt zich langzaam uit het hypocotyl waarbij het de zaadhoes en de lobbladen omhoog uit de aarde trekt. Door de wrijving en de toenemende druk van de groeiende en strekkende cellen van de lobbladeren scheurt de zaadhoes open. De lobbladen spreiden zich open en de bocht groei volledig uit het hypocotyl waardoor de lobbladen mooi in het licht komen. Hierdoor komen ook de twee minuscule eerste ware blaadjes die als het waren waren voorverpakt tussen de lobbladen te voorschijn en beginnen te groeien.

Vanaf het moment dat het hypocotyl boven de grond komt maakt het kiempje hier bladgroen aan. Het doet dus meteen mee aan de fotosynthese! De lobbladen kleuren ook snel van witgeel naar groen door de aanmaak van bladgroen onder invloed van licht. Vanaf dat moment is de kiem niet enkel afhankelijk van het reservevoedselpakketje in de lobbladeren maar maakt het zolang er licht is al energie om het eerste ware blad en het wortelstelsel uit te laten groeien. Het eerste ware 1 vingerig blad groei uit en de fotosynthese wordt de primaire energiebron, de groei gaat nu al een stuk sneller.

Vandaar dat het ook verstandig is om in het licht te ontkiemen.
Kiempjes die in het donker boven komen missen de extra energie van de prille fotosynthese van hypocotyl en lobbladen. Het hypocotyl blijft groeien en strekken omdat het geen licht waarneemt. dit leid dus tot met een duur woord; ”etiolering” bleke langgerekte plantjes.
Dit kost waardevolle reserve energie uit de lobbladen wat beter voor de groei van de wortel gebruikt kan worden en het geeft dus lange sprietige slappe bleke plantjes. Licht tijdens de eerste minuten en uren boven de grond na ontkiemen is dus zeer beïnvloedend voor het verdere verloop en de bouw van je plantje.

Hormonen
Planten kennen net zoals de mens en het dier ook hormonen of groeiregulatoren, die betrokken zijn bij groei en andere processen. Bij kieming spelen een paar hormonen een rol. Gibberellinezuur is daar één van, en is noodzakelijk voor het zaad om kieming te voltooien. Het hormoon bereikt dit door zowel het embryo te stimuleren tot groei als door mechanische verweking van de lagen die het embryo omhullen. Abscisinezuur is de antagonist van gibberellinezuur: het remt kieming via remming van dezelfde processen die door gibberellinezuur gestimuleerd worden. Beide hormonen worden door het zaad zelf geproduceerd. Dormante zaden produceren veel abscisinezuur, in tegenstelling tot zaden die niet dormant zijn.

Ik zal later meer vertellen over planthormonen of beter gezegd plant stuurstoffen.

 

Grtz.

 

2+